Op deze pagina vind je alles wat je nodig hebt om deze betreffende mantra zelf te leren zingen en je te begeleiden op het Indiaas harmonium:

  • audiobestand met een uitvoering van de mantra
  • videobestanden met de vingerzetting voor het Indiaas harmonium
  • uitgeschreven vingerzetting
  • notenschrift
  • achtergronden en betekenis

Veel plezier!

śrī kṛṣhṇa govinda hare murāre
he nātha nārāyaṇa vāsudeva

Deze mantra bezingt nārāyaṇa. Nārāyaṇa wordt in het Vaishnavisme (stroming in het hindoeïsme die vishnu en zijn incarnaties aanbidt) beschouwd als de allerhoogste en voorgesteld als iemand die in yogische slaap rust op de wateren van de hemel. Daarmee wordt verwezen naar de godheid vishnu. Volgens de Bhagavata Purana, Narayana Sukta en Narayana Upanishad uit de Veda’s is hij de purusha, de ultieme ziel (atman).

Volgens de Bhagavat Gita is hij ook de ‘guru van het universum’. De Bhagavata Purana verklaart Narayana als de allerhoogste godheid die zich bezighoudt met de schepping van de 14 werelden binnen het universum.

Beschrijving uit de epische itihāsa, de Mahabharata:

Ik ben Narayana, de Bron van alle dingen, het Eeuwige, het Onveranderlijke. Ik ben de Schepper van alle dingen en ook de Vernietiger van alles. Ik ben Vishnu, ik ben Brahma en ik ben Sakra, het opperhoofd van de goden. Ik ben koning Vaisravana en ik ben Yama, de heer van de overleden geesten. Ik ben Siva, ik ben Soma en ik ben Kasyapa, de heer van de gecreëerde dingen. En, o beste onder de wedergeborenen, ik ben hij die Dhatri wordt genoemd, en hij die ook Vidhatri wordt genoemd, en ik ben een belichaamd offer. Vuur is mijn mond, de aarde mijn voeten en de zon en de maan zijn mijn ogen; de hemel is de kroon van mijn hoofd, het uitspansel en de windstreken zijn mijn oren; de wateren zijn geboren uit mijn zweet. Ruimte met de windstreken is mijn lichaam, en de lucht is mijn geest …

… En, o Brahmana, alles wat door mensen wordt verkregen door de beoefening van waarheid, naastenliefde, ascetische boetedoeningen en vrede en onschadelijkheid jegens alle schepselen, en dergelijke andere knappe daden, wordt verkregen vanwege mijn regelingen. Beheerd door mijn verordening, dwalen mannen door mijn lichaam, hun zintuigen overweldigd door mij. Ze bewegen niet volgens hun wil, maar zoals ze door mij worden verplaatst.

śrī kṛṣhṇa govinda hare murāre
he nātha nārāyaṇa vāsudeva

śrī: betekent letterlijk: Betekent letterlijk “veelbelovend” en wordt gebruikt als eretitel  voor namen. Kan eventueel ook verwijzen naar Lakshmi, Vishnu’s gemalin, aangezien haar bija-mantra “Shrim” is.

kṛṣhṇa: Een avatar of incarnatie van Vishnu, de beschermer van het universum. Hij is het hoogste wezen, de Atman, de innerlijke ziel, en staat bekend om Zijn stralende schoonheid, speelse kwaliteiten en transcendente fluitspel.

govinda: Een naam voor de jeugdige Krishna. Letterlijk de heer van de koeien (“go”).

hare: Afwisselend geïnterpreteerd. Kan God betekenen als de vocatieve vorm van Hari, een naam van Vishnu (van wie Krishna een avatar of incarnatie is); soms wordt “hare” ook geïnterpreteerd als een naam van Radha.

murāre: Murari is een naam voor Krishna als de moordenaar van de demon Mura.

he: Uitgesproken “Hey”, vergelijkbaar met “Hey” in het Engels, om iemand aan te spreken.

nātha: Nog een van de vele manieren om in het Sanskriet Heer of God te zeggen.

nārāyaṇa: Een naam van Vishnu, Allerhoogste God, als de beschermer van het universum. Of, als de ‘rustplaats voor alle levende wezens’ (‘nara’ betekent levende wezens of jiva’s).

vāsudeva: Een naam voor Krishna, wiens vader Vasudeva was. Door de eerste “a” in het Sanskriet te verlengen, verandert deze in “de zoon van”, wat betekent dat “vāsudeva” de “zoon van vasudeva” is.